Zwemles 29 t/m 32

Zwemmen met flippers blijft angstig. Voor mij is het belangrijkste van zwemmen te allen tijde dat ik kan staan of iets kan vastgrijpen waardoor ik boven water blijf. Om te gaan staan, is een vorm van evenwicht nodig en natuurlijke beweging. ‘Als ik mijn voeten omlaag breng, moet mijn hoofd naar boven gaan.’ Met flippers aan is die logica een beetje verdwenen, omdat het water (of eigenlijk de weerstand) totaal anders reageert als er flippers gedragen worden. De snelheid van flippers mag dan wel toenemen, mijn gevoel voor onbalans en zelfredzaamheid ook. Het zou toch niet zo moeilijk moeten zijn om ook zonder flexi boven te blijven.
Op de rug wordt de flexi onder mijn nek gelegd en zwem ik in recordsnelheid naar de overkant. Het gaan staan is echter het probleem waar ik bij de start en onderweg constant aan denk. Het zou zonder flexi makkelijker moeten zijn, want nu moet ik een aantal dingen tegelijk doen, de flexi naar achterschuiven, mijn hoofd naar voren (kin op de borst), mijn voeten naar beneden en mijn knieën optrekken.
Op de buik houd ik de flexi voor me en rust er met mijn ellebogen op. Flipper, flapper, en ik ben aan de overkant en laat me als een walvis het tegelwerk opstuwen. Nouja, mijn handen dan, ik grijp de rand, draai halve slag en zet mijn flippers op de grond. Ondertussen probeer ik mijn hoofd onder water te houden en mijn adem uit te blazen, dan mijn hoofd boven water naar de zijkant, adem in te nemen en weer hoofd onder water, totdat ik mijn ogen niet meer openkan of aan de overkant ben geraakt.
Het moeilijke van flipperen zonder flexi is dat ik niet weet wat met mijn handen moet doen. Ik ben bang dat ik voorover (op de buik) of achterover (op de rug) het water in kukel en mijn flippers mij naar de bodem brengen zonder mij weer naar boven te brengen, omdat ik mijn voeten niet onder mijn lichaam krijg door de weerstand. De crawl armbeweging zit er namelijk nog totaal niet in.

Het springen in het water gaan eenvoudiger als ik kan staan, maar ze hebben me inmiddels één keer zover gekregen om in het diepe te springen vanaf de zijkant. Een hele belevenis. Mijn tenen over de rand voelen het water over de rand klotsen. De rimpels in het heldere water vertekenen misschien de diepte, maar 3 meter is 3 meter. Ik vlieg, ik land, ik zak door de grond, de benen worden omringd door water en mijn snelheid naar beneden neemt toe. Mijn ogen zijn dicht terwijl het water stijgt en stijgt. Mijn schouders zijn verdronken en nog steeds ga ik met een rotvaart richting bodem. Wanneer is het moment dat de juf denkt: ‘Dit gaat niet goed, ik moet erin’? Mijn kin, neus, ogen, oren, haar, alles zit onder water en ik ben nog bij bewustzijn. Ik besef me dat ik dieper onder water ben dan ooit tevoren en dat ik niet automatisch naar boven lijk te gaan. Paniek! Als ik niks doe, blijf ik langer onder water dan ik lucht heb. Die hield ik namelijk al in toen ik de rand verliet, toch zeker zo’n 10 minuten geleden. Ik moet mezelf naar boven krijgen, niemand die een arm om mijn middel gooit, geen zeemeermin die uit het putje tevoorschijn komt. Mijn benen beginnen te bewegen, de watertrapbeweging. De eerste haren komen boven en halen adem, al snel doet mijn mond hetzelfde. Met mijn ogen dicht zwem ik naar de kant die wel 10 meter ver is. Mijn handen grijpen de rand, ik hijg alle lucht van de gehele ruimte in en uit en langzaam gaan mijn ogen weer open.
De juf geeft aan hoever ik ongeveer onder het wateroppervlak was, een meter ongeveer. Veel verder dan ik had gedacht toen ik nog op de rand stond. Dit komt mede doordat ik als een liniaal naar beneden ging en niet als een passer met zijn ledematen gespreid. ‘En hoe lang denk je dat je onder water was?’ vraagt ze en ik geef natuurlijk het juiste antwoord ’1 á 1,5 seconde. Teleurgesteld zegt ze ‘ja, langer zal het niet zijn geweest’ alsof ze liever had gehad dat ik halve minuut gezegd had. Ik heb het gered, maar om voor mijn lol het water in te springen, dat is nog ver weg.

Het zwembad bestaat uit twee delen, een ‘hier kan je staan’-gedeelte en een ‘hier kom je nog niet op de bodem, al had je het graag, tenzij je heel veel water inslikt en niet meer uit kunt ademen’-gedeelte. Afgesproken is dat ik voortaan ook naar het spannende gedeelte ga, om daar de slagen te doen waar ik vertrouwen in heb. Terwijl de zwemmers daar allerlei oefeningen moeten doen, mag ik er langzaam achteraan zwemmen in schoolslag. Langzaam werd hierbij benadrukt, omdat ik de neiging heb, zwemmen als een sport te zien waarbij je snelheid aangeeft hoe goed je bent. De juf zegt nog dat mijn techniek heel goed is en dat er niets op aan te merken is, en dat dat uit haar mond nogal wat betekent. Mooi, de schoolslag is van mij. Nu het hele kwartet nog bij elkaar grijpen.

26 januari 2012
By on 19:37
‘Nederlanders willen vrijwilligerswerk onder werktijd’

Deze kop stond vandaag (27-12-2011) boven een artikel op NU.nl, het is dus nieuws. Maar wat wordt er nou helemaal bedoeld met deze conclusie?

Mogelijkheid 1: Nederlanders geven aan een andere invulling van hun bestaande baan te wensen. Nu is een beetje afwisseling welkom lijkt me, maar het lijkt me logisch dat de werkgever het fijn vindt als dit redelijk past bij de huidige functie en het een meerwaarde heeft voor het bedrijf. Het zou immers vreemd zijn dat de leraar Aardrijkskunde betaald wordt voor het aannemen van mijn jas bij het theater.
Gratis tip: Ga eens met je manager om tafel hoe er afwisseling gecreëerd kan worden binnen je huidige functie, of kijk in de interne vacaturebak.

Mogelijkheid 2: Nederlanders geven aan minder te willen werken. Hierdoor ontstaat extra vrije tijd die opgevuld kan worden met vrijwilligerswerk dat geheel los staat van het huidige werk.
Gratis tip: Ga eens met je manager om tafel om te zeggen dat je minder uren wilt gaan werken.

Mogelijkheid 3: Nederlanders geven aan dat het werk dat ze doen te weinig relevantie heeft. Er moet namelijk iets goeds gedaan worden voor de samenleving. Of de dienst/het product van de werkgever relevant is, is dan nog de vraag.
Gratis tip voor mensen die werken bij een bedrijf dat wel relevant is: Ga eens met je manager om tafel om te bespreken wat jouw bijdrage nou helemaal is aan het bedrijf waar je werkt.
Gratis tip voor mensen die werken bij een bedrijf dat niet relevant is: Zoek werk bij een wel relevante werkgever.

Mogelijkheid 4: Een combinatie van eerder genoemde mogelijkheden. Nederlanders willen minder werken voor minstens hetzelfde geld en willen vaker complimentjes krijgen over hoe nuttig ze wel niet zijn voor alle anderen. Nederlanders zijn net mensen.
Twee gratis tips: Stel jezelf minder afhankelijk op én geef anderen complimentjes over hoe relevant ze zijn.

Opmerking: ik neem het de duizend deelnemers van het onderzoek geenszins kwalijk normale antwoorden te geven op niet relevante vragen.

27 december 2011
By on 17:50
Zwemles 26 t/m 29

Inmiddels zijn grote overwinningen behaald in het zwembad, althans zo had ik ze een jaar geleden genoemd. Inmiddels vind ik ze zelf niet meer zo groot, maar moedigen de juffen me aan om toch vooral in te zien dat het belangrijke gebeurtenissen zijn.

Zo heb ik de laatste les met flippers aangezwommen en ben ik vanaf de rand het bad ingesprongen (met bodem op 1.50). De les ervoor heb ik in het diepe op mijn rug gezwommen, zonder hulpmiddel. De les daar weer voor driftig gedraaid van buik naar rug en in mindere mate van rug naar buik. En in de eerste les van de genoemde vier heb ik enkele baantjes gezwommen op de buik in het diepe, en heb ik stil op de rug gelegen in het diepe met de juf aan mijn voeten.

Zo opgeschreven is er wel progressie, maar op een of andere manier moet ik dan ook denken dat ik een eerdere les niet durfde vanaf de kant het water in te springen. Dat ik met draaien van rug naar buik toch wel erg graag ga staan nog tussendoor. De paniek die mij overmeesterde toen de juf (onbewust) één voet losliet terwijl ik op de rug lag. (mijn paniek uit zich overigens in ogenschijnlijke kalmte blijkbaar, terwijl het kolkt in mijn hoofd.) Dat watertrappelen zonder ‘flexi’ te gehaast gaat en dat zodra mijn kin het water raakt, ik de rand vastpak om nooit meer los te laten.

De progressie tussen les 1 en 29 is groot in ieder geval. Ik kan zonder angst naar het zwembad fietsen en het zwembadhokje is routine haast. Ik kan mijn hoofd onder water stoppen en doorleven. Ik kan drijven en tegelijk genieten van de rust. Ik kan 2 weken geen les hebben en uitkijken naar de volgende les. Ik kan zwemmen nu zonder diploma, wat veel stoerder is dan zwemmen mét een diploma.

25 december 2011
By on 10:02
Kies maar uit (9):

Nightcall – Kavinsky (soundtrack van de beste film van 2011: Drive)

Did I make you cry on christmas day? – Sufjan Stevens (een keer geen Wham, Chris Rea of Mariah)

Blood of Eden – Peter Gabriel (met The New Blood Orchestra)
Winter Song – The Head and The Heart (klein, samenzang, folky)

Jij wint – Spinvis (lukt het ‘m weer om mij tranen te bezorgen)

Velvet Morning – Primal Scream (zwoel, sexy en beweeglijk)

I saw Lightning – Telekinesis (alweer zo’n klein liedje)

Weights & Measures – Dry the River (gitaren, viool, bombastisch en meeslepend)

People help the People – Birdy (veel te talentvol meisje uit Engeland)

24 december 2011
By on 21:30
Zwemles 25 dan maar

Na wat gestress op werk en het overslaan van een zwemles, was het deze week weer tijd voor een ontspannen zwemles. Elke keer laat ik me er zelf in trappen dat de les een ontspannen 45 minuten gaat zijn. Er moet echter elke keer wel een stapje extra gezet worden en elke les ervaar ik dus op een gegeven moment opnieuw de angst die me zolang uit het water gehouden heeft.

Deze keer werd de bodem niet zo laag gezet als de vorige keer. 1.45 is een goede diepte, waarbij ik met platte voeten kan staan met m’n kin net boven water. Genoeg vertrouwen om op de rug te gaan liggen en een paar baantjes te zwemmen. De schoolslag is sowieso geen probleem wat dat betreft. Wat deze les er echter bij kwam is het draaien tijdens het zwemmen. En dan bedoel ik dus niet een bochtje maken, maar draaien van buik naar rug en andersom.

Eerst van buik naar rug. ‘Probeer tijdens het zwemmen achter te kijken en voel hoe je lichaam reageert.’ Ik draai langzaam mijn hoofd, mijn heupen draaien bijna mee, maar dan sta ik al op de bodem. Ik heb nu eenmaal behoefte aan controle en die ervaar ik met name met beide benen op de grond. ‘Goede eerste poging’ wordt mij toegeroepen. Ok, ik hoef niet alles in 1 keer goed te doen. Tweede poging gaat ongeveer als eerste poging, derde poging is de spartelpoging, wat inhield dat ik dus een beetje controle opgaf met het idee ‘ik kan altijd nog adem inhouden en ontspannen en gaan drijven’. Tijdens het spartelen worden echter op een gegeven moment toch maar de voeten op de grond gezet.

Poging vier is succesvol. Ik draai rustig van buik naar rug, mijn benen bewegen in het water in een poging richting oppervlak te komen ipv bodem, ik leg mijn hoofd achterover met mijn oren onder water, de golven overspoelen mijn kin en mijn tenen komen bovendrijven. ‘En beenslag.’ Ik zwem met een glimlach op mijn rug verder. Niet dat ik een lelijke glimlach-tatoeage op mijn rug heb, maar meer dat ik glimlach en tegelijkertijd op mijn rug zwem. Dit moet worden herhaald en het lijkt steeds makkelijker te gaan. Tot het moment dat ik overmoedig word en zonder plan in mijn hoofd me begin te draaien. Opnieuw spartelen de benen en zet ik voet aan bodem. Goed, ik kan het, maar routine kost meer tijd.

Van rug naar buik dan. ‘Je tilt je hoofd iets op, gaat de andere kant opkijken en je lichaam draait vanzelf mee.’ Daar waar rug voor mij gelijk staat aan weinig controle en buik aan veel controle, ging ik er vanuit dat dit makkelijk zou gaan. Weer te overmoedig gedacht. Het is juist dat het staan vanuit buikhouding eenvoudiger is, dat er voor zorgt dat ik geneigd ben om meteen te gaan staan. Het heeft denk ik opnieuw 4 pogingen nodig om te slagen. En als ik dan toch op de buik zwem, kan ik ook wel weer terugdraaien. Zo gezegd, zo gedaan… spartel, spartel… en daar sta ik weer… Dat was niet de bedoeling, maar vooruit, ‘niet alles hoeft in 1 keer goed te gaan’.

Uiteindelijk draai ik 2 keer van buik naar rug en 2 keer van rug naar buik alvorens ik ga staan. Het is mooi geweest. Nog één baantje schoolslag richting trapje en de handdoek wacht.

17 november 2011
By on 12:41
Verlanglijstje

Ik wil ogen
Ik wil lach
Ik wil armen
alledag

Ik wil durven
Ik wil zwem
Ik wil onzin
fluisterstem

Ik wil foto’s
Ik wil reis
Ik wil koppig
eigenwijs

Ik wil buiten
Ik wil sproet
Ik wil thermisch
ondergoed

Ik wil vroeger
Ik wil nu
Ik wil altijd
deja vu

Ik wil slapen
Ik wil rust
Ik wil knuffel
hartelust

3 november 2011
By on 16:25
Zwemles zoveel (24??)

Na meerdere lessen gehad te hebben sinds het vorige zwemles-logje, wordt het wel weer eens tijd voor een update. Sinds de zomerschoolvakantie ben ik verschoven van het kleine warmwaterbad naar het grotere, koudere sportbad. Het sportbad kent 6 ‘banen’ die we dwars zwemmen. Zo wordt het bad opgedeeld in 2 delen, waarvan het deel waar ik mij bevind een beweegbare bodem heeft. In het begin stond deze constant op 1.30, maar inmiddels zijn we iets dieper gegaan, waarover later meer. Het nieuwe bad herbergt ook enkele andere leerlingen. Ieder met z’n eigen niveau. Op schoolslag lijk ik echter nog steeds onverslaanbaar gelukkig.

Na 1 of 2 lessen ging ik een weekend weg naar Kroatië. De Adriatische zee voelde in de warme zon extra koud aan, maar ik kan met trots zeggen dat ik daar mijn eerste zwemmeters in open water gemaakt heb. Met de watervaste zonnebrand op mijn huid en met het stralende zonnetje zwevend boven de heuvels. Het kan slechter. Sinds het koude water van de zee voelt het sportbad een stuk minder koud, terwijl de andere leerlingen nog steeds klagen over de temperatuur.

Inmiddels alweer enkele lessen later. 2 weken geleden was de opdracht om niet vanaf de bodem te beginnen, maar om me af te zetten van de kant. Om te kunnen zwemmen in dieper water is dit namelijk van belang. Zoals gewoonlijk ging dit liggend op de buik wel goed, al had ik die ene arm wel wat onhandig gedraaid. Op de rug is alles lastiger vanwege het gevoel van minder controle. Toen de beweging eenmaal gelukt was, bleek dit echter makkelijker afzetten dan op de buik.

Na vorige week nog rust gehad te hebben in verband met de herfstvakantie, bleek ik vandaag privé-les te hebben. Geen van de andere leerlingen was komen opdagen. En na een paar school- en rugslagbaantjes werd het tijd om de bodem verder te laten zakken. Eerst naar 1.55. Ik kon nog staan met een volledig hoofd boven water. Prima.
Toen naar 1.65. Op de tenen kon ik staan, dus het zou moeite kosten om zonder natte neus vanuit de rugslag te gaan staan. Een mat werd aangereikt en met gestrekte armen maakte ik mijn beenslagen onder de mat. De knieën telkens kloppend tegen de mat. Halverwege het baantje begon de angst. Hoe moet ik in hemelsnaam zo meteen gaan staan of op zijn minst de rand vastgrijpen?

Met de mat ging dit nog redelijk, omdat ik me simpelweg half op de mat wierp met mijn armen. Toen ik echter zonder mat naar de overkant ging, was ik vol goede moed gestart, maar halverwege kwamen de gedachten in mijn hoofd. Ga ik me zo meteen proberen om te draaien op mijn buik? Ga ik een arm naar achter gooien om de rand te grijpen? Wanneer moet ik die flinke hap lucht gaan nemen voor ik onder water geraak? Ik hoopte dat ik maar nooit tot de rand geraakte en voor altijd kon blijven zwemmen.

Met de oren onder water hoorde ik de juf iets roepen. Was ik er al? Ze duwde een ‘flexi’, een cilindervormig drijfattribuut, tegen mijn achterhoofd als mededeling dat ik er was. Nu moest het gebeuren en voor ik het wist (geen idee hoe) had ik mijn mond dicht, greep ik de rand, kneep mijn ogen dicht, hapte opnieuw naar lucht en gelukkig was mijn mond boven water op dat moment. De complimentjes kwamen van beide aanwezige juffen totdat ik toegaf dat ik geen idee had wat ik gedaan had en al halverwege in paniek was geraakt over hoe en wat.

Tussen deze oefeningen door ben ik ook even naar het andere gedeelte van het sportbad geweest, daar waar de bodem maar liefst 4 meter onder de waterspiegel is. Vasthoudend aan de rand en staand op een richeltje keek ik door het heldere water naar beneden. Ik heb geen hoogtevrees, maar volgens mij bekroop mij een gevoel dat hier ongeveer gelijk aan moet staan. De tegeltjes onder mijn voet gingen maar dieper en dieper. Halfvasthoudend aan de rand werd een halve minuut gewatertrappeld en bij de terugweg naar het sta-gedeelte werden enkele meters gezwommen boven 3 meter aan water.

Hoe voelde dat nou was de vraag. Mijn antwoord: ’Te gemakkelijk’

 

1 november 2011
By on 21:30
Nieuw log

Welkom allen op de nieuwe omgeving van mijn log. Het is een tijdje uit de lucht geweest en ik zal nog moeten ontdekken hoe een en ander in elkaar steekt, maar hier zullen zo af en toe weer eens stukjes komen te staan over wat dan ook. Je kunt je vast ergens aanmelden om een berichtje te ontvangen als ik iets nieuws heb gepost.

Het idee is ook dat ik dan vermeld op twitter waar ik sindskort ook een account heb, en wel met de naam Qronqel. Oftewel, Twitter voor korte berichtjes, Blog voor lange berichtjes.

Mijn laatste paar belangrijkste Tweets  omvatten foto’s van mijn vakantie.

Kroatië:     http://www.slide.com/r/SNCVqPiMuz9VDuOEZ-mC5fDxTSpru73X?previous_view=lt_embedded_url

Bulgarije: http://s1239.photobucket.com/albums/ff519/astronaut78/Bulgarije/

Tot ziens!

27 september 2011
By on 20:05
Zwemles (15+16)

Eindelijk, de schoolvakantie is begonnen. Nu zit ik niet meer op school, maar voor mij betekent dit dat ik zwemlesvakantie heb. Zes weken geen les, jippie!

Vorige week zat ik de hele ochtend op buienradar te kijken hoe de naderende storm zich zou ontwikkelen. Er zou een bui rond half één over Den Bosch trekken en om twee uur nogmaal. Precies de tijden dat ik van en naar het zwembad moet. Twijfel in het hoofd werd door de zon weggeblazen en de nieuwe voorspelling dat het pas na 19 uur zou beginnen. Oftewel, ik fluitend naar het zwembad.

De les zelf was niet zo boeiend. Wat meer onder water, rustigere schoolslag, het warme water dat koel aanvoelde door de benauwdheid van buiten. Het opmerkelijkste is dat ik een vlieg gered heb van de verdrinkingsdood die ik niemand gun. Met twee handen het beestje op de kant gezet en het hele vervolg van de les was ie bezig zijn vleugels en pootjes te drogen. Ik had 'm na 3 kwartier weer gewoon op kunnen pakken en met een plons het water in kunnen gooien, zo rustig was ie nog.

Les 16 was de laatste voor de vakantie dus. Het zou de laatste in het warme, kleinere bad zijn. Dat bleek echter les 15 al te zijn geweest. Les 16 is doorgebracht in het koudere, grotere bad. En het koude water was vooral wennen als het hoofd onder water ging. De lengte van de baan is echter een voordeel. Het schoolslagbaantje werd zelfs een keer uitgebreid met een wijde bocht aan één kant om zonder te stoppen terug te zwemmen naar de andere kant. Vermoeiend was het wel, maar de voldoening was groter.

De nieuwe badjuf knoop een praatje aan om te achterhalen wat wel goed gaat en wat ik moeilijk vind nog. Nouja, dus bewegen met hoofd onder water en op de rug gaan liggen en opstaan vanuit rugslag. Tevens kwam het aan bod om te kijken onder water. En omdat één van de oudere dames dit ook moeilijk vind, konden we van elkaar afkijken hoe het ging. Met een oranje pion in de hand werd pion en hoofd onder water gehouden en was het de bedoeling om iets oranjes te zien als de ogen open gingen onder water. En zo geschiedde. Mijn rechteroog ging open, en meteen weer dicht. Het had iets oranjes gespot en dat was voldoende. Het zicht was troebel en wazig, maar kleur was waargenomen. Opnieuw, het linkeroog moet toch ook iets kunnen zien. Onder water dan maar alleen linkeroog open, en vervolgens rechteroog en weer linkeroog. Het gaat hierbij om fracties van seconden, maar het moet ergens beginnen.

Vervolgens werd een duikbrilletje gepakt om me te helpen met uitademen onder water. Het brilletje bleek logischerwijs te zorgen voor beter zicht onder water en meer rust. Wel werd gezegd dat het brilletje niet als oplossing gezien moet worden, maar alleen als leermiddel voor ademen en rust. En dat ik me er van bewust moet zijn dat ie ook weer af moet.

Vervolgens werd de rugslag geoefend. Met een drijvende cilinder onder mijn hoofd ging ik liggen. Dit lukte nog wel, maar het gaan staan wat vorige week nogwel redelijk ging, bleek ik verleerd te zijn. Meerdere keren voelde ik dat de gele cilinder mijn hoofd boven water hield. Een keer zelfs in lichte paniek de rand vastgepakt om maar niet als een vlieg in het water te verdrinken. Het zwemmen zelf ging gelukkig wel goed, dus de volgende keer maar voor altijd blijven zwemmen om vooral niet te hoeven gaan staan.

En toen zat de voorlopig laatste les er op. Jammer. Ik wil voort, het water blijven voelen. Zes weken wachten is misschien wel te lang. Wie dwingt me nu het water in zonder me er in te duwen?

6 juli 2011
By on 21:22
Col du Galibier

Na het beklimmen van de Alpe d'Huez was er nog een fietsdag over. Op het programma stond de Col du Galibier, met z'n hoogte van 2645 meter de reus uit de komende Tour de France. Vanuit het dorpje Valloire moeten er 18 kilometers afgelegd worden. Deze zijn eerst afgelegd met de auto, als soort van verkenning. Opnieuw zakt de moed je in de schoenen als je ziet hoe steil en hoe lang. Met frisse tegenzin begin ik aan de klim.

Na de eerste zware kilometers valt er even bij te komen, maar al snel moet er weer 8% stijging overwonnen worden. Na 8 kilometer was er eindelijk een plekje schaduw te ontdekken en werd even afgestapt. Er volgen weer wat makkelijkere meters, maar tegelijkertijd zorgt dat ervoor dat duidelijk wordt dat het uitstel van executie is. Er moet immers nog steeds dezelfde hoogte worden bereikt, maar dan met minder af te leggen kilometers.

Als ik op een gegeven ingehaald wordt door een motor volg ik deze met mijn ogen en zie 'm een bruggetje overgaan om daarna steil omhoog de tegenovergestelde richting op te rijden. En als ik nog eens beter kijk, zie ik allemaal kleine wielrenners over de berg kronkelen. Tot dusver was het slechts een aanloop geweest naar de berg. Deze doemt nu echter onverbiddelijk op. Het bruggetje over en ik sta oog in oog met het monster, besluit ik aan het eind van het eerste klimstuk te gaan genieten van het uitzicht.
P1040154 
Ik zie de weg onder me die ik net afgelegd heb. Was ik nou te vermoeid of wilde ik gewoon langer genieten van de berg? Ik besluit de volgende kilometer te gaan lopen. Ook dit is zwaar met deze stijgingspercentages, maar zorgt er wel voor dat ik de tinteling in mijn tenen kwijtraak. Door de hoogte en de wind wordt het steeds kouder. Ik stap weer een kilometer op de fiets om daarna weer te lopen. Tijdens deze wandeling kom ik de eerste sneeuw tegen. Ik leg mijn fiets neer en terwijl de zon op mijn hoofd schijnt, schrijf ik mijn naam in juni in de sneeuw.

De laatste 2,5 km wordt voornamelijk fietsend afgelegd om tot slot in de koud bovenop tevreden naar beneden te kijken. Met het jasje aan wordt de afdaling ingezet. En wat een schitterende afdaling. Bovenop hebben de haarspeldbochten nog de overhand, maar de stukken tussen de bochten worden steeds langer en de bochten flauwer. Mijn remmen werken gelukkig goed genoeg om mij vertrouwen te geven en met een schuin oog houd ik de teller van de snelheidsmeter in de gaten. Bij 61 besluit ik dat het snel genoeg is.

P1040192 

22 juni 2011
By on 12:57