Zwemles 41

Vanwege meivakantie heb ik nu twee weken geen zwemles. Vorige week heb ik wel les 41 gehad en ik wil jullie de vorderingen niet onthouden.

Als het gaat om rugslag en schoolslag heb ik een voorsprong op de rest. Ik zwem verschillende baantjes zonder te stoppen op rug en buik, al draaiend en kerend in het water. De overige leerlingen zwemmen niet rustig genoeg of hebben simpelweg een te slechte conditie.

Het moge duidelijk zijn dat mijn ontwikkelpunt het duiken en springen in het water is, terwijl de anderen dit met het grootste gemak volbrengen. De vraag kwam dus al snel ‘Waarom durf je midden in het diepe op je rug te liggen, maar niet vanaf de kant het water in te gaan?’ en daar wil ik natuurlijk zelf ook antwoord op. De analyse komt er op neer dat ik vertrouwen heb als ik aan de kant sta of als ik in het water lig, maar dat dit controlegevoel in de overstap van land naar water ontbreekt.

Bij die ene keer dat ik al zittend vanaf de hogere rand (zo’n 40cm boven het wateroppervlakte) het water in gleed, bleek dat mijn hoofd niet onder water hoeft te komen. Toch ontbreekt mij het vertrouwen in het drijfvermogen van het water en mijn eigen capaciteit om dat telkens te herhalen. Het drijfvermogen van het water zou immers wel eens verdwenen kunnen zijn in de tijd dat ik niet in het water heb gelegen. Laat staan dat mijn benen automatisch de juiste beweging gaan maken zodra zij in het water verdwijnen.

De tussenvorm is nu om vanaf de kant het water in te glijden, want dat vertrouwen heb ik inmiddels wel. Om daarna zo vlug mogelijk (als ik vertrouwen heb in het drijfvermogen en mijn eigen handelen) mijn hoofd onder water te houden om weer boven te komen. Dit ging na enkele keren oefenen steeds vlugger gelukkig. Nog niet meteen van kant het water in met het hoofd, maar veel meer dan een seconde zal er ook niet tussen gezeten hebben.

Hopelijk verleer ik dat niet helemaal in de twee lesvrije weken en kan ik weer verder gaan waar ik gebleven was.

23 april 2012
By on 18:31
Zwemles heleboel t/m 40

Inmiddels zit les 40 er op. Ik was de telling zelf kwijt, totdat ik er gisteren op gewezen werd dat dit de laatste les alweer was die aan mijn polsbandje verbonden was. Meteen dus weer 10 nieuwe op laten zetten. ‘Nog 10?’ hoor ik je al denken. ‘Gaat het dan helemaal niet vooruit?’ Jawel hoor, het vertrouwen in het water, of eigenlijk mezelf, is zeker groter gegroeid.
Ik weet zo niet meer waar ik de vorige keer was gebleven, maar inmiddels zit ik hele lessen in het gedeelte waar ik niet kan staan. Alhoewel je wel op een randje kunt staan als je bij de kant bent. Dat is op zich ook wel nodig, want zwemmen is vermoeiend. Zeker als je het nog niet helemaal goed doet, of sneller gaat dan gewenst. Dus vooral liggend op de rug maak ik graag gebruik van de drijvende kracht van water.

Het vertrouwen is gegroeid door het onder de knie krijgen van watertrappelen en op allerlei manieren kunnen keren in het water. Tekenend hierbij is het dat de juf ons op de rug liet zwemmen waarbij ik in tegengestelde richting zwom dan andere twee en dat ik in principe de baan tussen hen in had. Daar waar ik echter redelijk recht zwem door naar het plafond te staren, hebben de anderen een afwijking. Hierdoor botste ik dus met een andere zwemmer, waarbij ik eigenlijk heel rustig bleef en gewoon rechtop ging watertrappelen. Om na het oplossen van de banenstrijd de weg te vervolgen naar waar zij vandaan kwam.

Springen vanaf de kant is in ontwikkeling. Ik glij nu zonder moeite zittend vanaf de kant het water in. Hierbij is de controle nu groot genoeg om het hoofd boven water te houden namelijk. De extra oefening die hier op aangesloten uitgevoerd moest worden, was het meteen omdraaien om de as om terug naar de kant te zwemmen. Daar waar ik paar weken terug nog met een boog terug zou zwemmen, kom ik nu dus rechtop, draai mijn schouders en zwem terug. ‘En de crawl dan, kRonkel, hoe gaat het daarmee?’ Het gaat vooruit, maar dan wel in het ondiepe. Liggend op de buik is mijn record om 6 slagen te maken alvorens ik ademhaal boven water. Ademhalen houdt op dit moment nog in dat ik tegelijkertijd ook ga staan. Mede ook omdat ik mijn ogen dichthoud en het dus voor iedereen handiger is als ik ga staan.

En nu zit ik in een niet nader te noemen hotel in Nederland, oa. gebaseerd op de aanwezigheid van een binnenzwembad. Dus zojuist de stoere schoenen aangetrokken en naar het zwembad gegaan. Zoals altijd was het kleiner dan op de foto’s, maar het water was aangenaam. Ik heb zowaar een uur in het water gelegen en met name schoolslag baantjes gemaakt, mede door de golven die de anderen veroorzaakten en dat er simpelweg uitgekeken moest worden waar gezwommen werd om anderen te vermijden. Tweemaal was ik helemaal alleen en werd het water kalm en heb ik heerlijk op de rug gezwommen. En wat dan het leuke is, is dat je door de spiegeling in de plafondramen jezelf ziet zwemmen met de bloemenmozaïek van de bodem op de achtergrond. Het had iets filmisch, alsof ik niet naar mezelf keek, maar naar een bleke jongeman die met ietwat o-benen de rugslag zwom. Oftewel ik heb goed kunnen zien wat ik beter moet doen, en dat dus meteen geoefend.
Het mooie van een hotel is dat er een föhn in de badkamer hangt en ik dus nu met gedroogd haar zittend op bed dit stukje typ. Alsof ik net niet voor de eerste keer in mijn leven volledig in mijn eentje in het water gelegen heb. Gelukkig weet ik wel beter. Morgen weer!

- Inmiddels ben ik weer paar dagen terug van hotel, en heb ik nogmaals een uur gezwommen, waarvan 45 minuten alleen, waarbij zelfs de borstcrawl geoefend is. Morgen les 41. -

16 april 2012
By on 20:11
Zwemles 29 t/m 32

Zwemmen met flippers blijft angstig. Voor mij is het belangrijkste van zwemmen te allen tijde dat ik kan staan of iets kan vastgrijpen waardoor ik boven water blijf. Om te gaan staan, is een vorm van evenwicht nodig en natuurlijke beweging. ‘Als ik mijn voeten omlaag breng, moet mijn hoofd naar boven gaan.’ Met flippers aan is die logica een beetje verdwenen, omdat het water (of eigenlijk de weerstand) totaal anders reageert als er flippers gedragen worden. De snelheid van flippers mag dan wel toenemen, mijn gevoel voor onbalans en zelfredzaamheid ook. Het zou toch niet zo moeilijk moeten zijn om ook zonder flexi boven te blijven.
Op de rug wordt de flexi onder mijn nek gelegd en zwem ik in recordsnelheid naar de overkant. Het gaan staan is echter het probleem waar ik bij de start en onderweg constant aan denk. Het zou zonder flexi makkelijker moeten zijn, want nu moet ik een aantal dingen tegelijk doen, de flexi naar achterschuiven, mijn hoofd naar voren (kin op de borst), mijn voeten naar beneden en mijn knieën optrekken.
Op de buik houd ik de flexi voor me en rust er met mijn ellebogen op. Flipper, flapper, en ik ben aan de overkant en laat me als een walvis het tegelwerk opstuwen. Nouja, mijn handen dan, ik grijp de rand, draai halve slag en zet mijn flippers op de grond. Ondertussen probeer ik mijn hoofd onder water te houden en mijn adem uit te blazen, dan mijn hoofd boven water naar de zijkant, adem in te nemen en weer hoofd onder water, totdat ik mijn ogen niet meer openkan of aan de overkant ben geraakt.
Het moeilijke van flipperen zonder flexi is dat ik niet weet wat met mijn handen moet doen. Ik ben bang dat ik voorover (op de buik) of achterover (op de rug) het water in kukel en mijn flippers mij naar de bodem brengen zonder mij weer naar boven te brengen, omdat ik mijn voeten niet onder mijn lichaam krijg door de weerstand. De crawl armbeweging zit er namelijk nog totaal niet in.

Het springen in het water gaan eenvoudiger als ik kan staan, maar ze hebben me inmiddels één keer zover gekregen om in het diepe te springen vanaf de zijkant. Een hele belevenis. Mijn tenen over de rand voelen het water over de rand klotsen. De rimpels in het heldere water vertekenen misschien de diepte, maar 3 meter is 3 meter. Ik vlieg, ik land, ik zak door de grond, de benen worden omringd door water en mijn snelheid naar beneden neemt toe. Mijn ogen zijn dicht terwijl het water stijgt en stijgt. Mijn schouders zijn verdronken en nog steeds ga ik met een rotvaart richting bodem. Wanneer is het moment dat de juf denkt: ‘Dit gaat niet goed, ik moet erin’? Mijn kin, neus, ogen, oren, haar, alles zit onder water en ik ben nog bij bewustzijn. Ik besef me dat ik dieper onder water ben dan ooit tevoren en dat ik niet automatisch naar boven lijk te gaan. Paniek! Als ik niks doe, blijf ik langer onder water dan ik lucht heb. Die hield ik namelijk al in toen ik de rand verliet, toch zeker zo’n 10 minuten geleden. Ik moet mezelf naar boven krijgen, niemand die een arm om mijn middel gooit, geen zeemeermin die uit het putje tevoorschijn komt. Mijn benen beginnen te bewegen, de watertrapbeweging. De eerste haren komen boven en halen adem, al snel doet mijn mond hetzelfde. Met mijn ogen dicht zwem ik naar de kant die wel 10 meter ver is. Mijn handen grijpen de rand, ik hijg alle lucht van de gehele ruimte in en uit en langzaam gaan mijn ogen weer open.
De juf geeft aan hoever ik ongeveer onder het wateroppervlak was, een meter ongeveer. Veel verder dan ik had gedacht toen ik nog op de rand stond. Dit komt mede doordat ik als een liniaal naar beneden ging en niet als een passer met zijn ledematen gespreid. ‘En hoe lang denk je dat je onder water was?’ vraagt ze en ik geef natuurlijk het juiste antwoord ’1 á 1,5 seconde. Teleurgesteld zegt ze ‘ja, langer zal het niet zijn geweest’ alsof ze liever had gehad dat ik halve minuut gezegd had. Ik heb het gered, maar om voor mijn lol het water in te springen, dat is nog ver weg.

Het zwembad bestaat uit twee delen, een ‘hier kan je staan’-gedeelte en een ‘hier kom je nog niet op de bodem, al had je het graag, tenzij je heel veel water inslikt en niet meer uit kunt ademen’-gedeelte. Afgesproken is dat ik voortaan ook naar het spannende gedeelte ga, om daar de slagen te doen waar ik vertrouwen in heb. Terwijl de zwemmers daar allerlei oefeningen moeten doen, mag ik er langzaam achteraan zwemmen in schoolslag. Langzaam werd hierbij benadrukt, omdat ik de neiging heb, zwemmen als een sport te zien waarbij je snelheid aangeeft hoe goed je bent. De juf zegt nog dat mijn techniek heel goed is en dat er niets op aan te merken is, en dat dat uit haar mond nogal wat betekent. Mooi, de schoolslag is van mij. Nu het hele kwartet nog bij elkaar grijpen.

26 januari 2012
By on 19:37
‘Nederlanders willen vrijwilligerswerk onder werktijd’

Deze kop stond vandaag (27-12-2011) boven een artikel op NU.nl, het is dus nieuws. Maar wat wordt er nou helemaal bedoeld met deze conclusie?

Mogelijkheid 1: Nederlanders geven aan een andere invulling van hun bestaande baan te wensen. Nu is een beetje afwisseling welkom lijkt me, maar het lijkt me logisch dat de werkgever het fijn vindt als dit redelijk past bij de huidige functie en het een meerwaarde heeft voor het bedrijf. Het zou immers vreemd zijn dat de leraar Aardrijkskunde betaald wordt voor het aannemen van mijn jas bij het theater.
Gratis tip: Ga eens met je manager om tafel hoe er afwisseling gecreëerd kan worden binnen je huidige functie, of kijk in de interne vacaturebak.

Mogelijkheid 2: Nederlanders geven aan minder te willen werken. Hierdoor ontstaat extra vrije tijd die opgevuld kan worden met vrijwilligerswerk dat geheel los staat van het huidige werk.
Gratis tip: Ga eens met je manager om tafel om te zeggen dat je minder uren wilt gaan werken.

Mogelijkheid 3: Nederlanders geven aan dat het werk dat ze doen te weinig relevantie heeft. Er moet namelijk iets goeds gedaan worden voor de samenleving. Of de dienst/het product van de werkgever relevant is, is dan nog de vraag.
Gratis tip voor mensen die werken bij een bedrijf dat wel relevant is: Ga eens met je manager om tafel om te bespreken wat jouw bijdrage nou helemaal is aan het bedrijf waar je werkt.
Gratis tip voor mensen die werken bij een bedrijf dat niet relevant is: Zoek werk bij een wel relevante werkgever.

Mogelijkheid 4: Een combinatie van eerder genoemde mogelijkheden. Nederlanders willen minder werken voor minstens hetzelfde geld en willen vaker complimentjes krijgen over hoe nuttig ze wel niet zijn voor alle anderen. Nederlanders zijn net mensen.
Twee gratis tips: Stel jezelf minder afhankelijk op én geef anderen complimentjes over hoe relevant ze zijn.

Opmerking: ik neem het de duizend deelnemers van het onderzoek geenszins kwalijk normale antwoorden te geven op niet relevante vragen.

27 december 2011
By on 17:50
Zwemles 26 t/m 29

Inmiddels zijn grote overwinningen behaald in het zwembad, althans zo had ik ze een jaar geleden genoemd. Inmiddels vind ik ze zelf niet meer zo groot, maar moedigen de juffen me aan om toch vooral in te zien dat het belangrijke gebeurtenissen zijn.

Zo heb ik de laatste les met flippers aangezwommen en ben ik vanaf de rand het bad ingesprongen (met bodem op 1.50). De les ervoor heb ik in het diepe op mijn rug gezwommen, zonder hulpmiddel. De les daar weer voor driftig gedraaid van buik naar rug en in mindere mate van rug naar buik. En in de eerste les van de genoemde vier heb ik enkele baantjes gezwommen op de buik in het diepe, en heb ik stil op de rug gelegen in het diepe met de juf aan mijn voeten.

Zo opgeschreven is er wel progressie, maar op een of andere manier moet ik dan ook denken dat ik een eerdere les niet durfde vanaf de kant het water in te springen. Dat ik met draaien van rug naar buik toch wel erg graag ga staan nog tussendoor. De paniek die mij overmeesterde toen de juf (onbewust) één voet losliet terwijl ik op de rug lag. (mijn paniek uit zich overigens in ogenschijnlijke kalmte blijkbaar, terwijl het kolkt in mijn hoofd.) Dat watertrappelen zonder ‘flexi’ te gehaast gaat en dat zodra mijn kin het water raakt, ik de rand vastpak om nooit meer los te laten.

De progressie tussen les 1 en 29 is groot in ieder geval. Ik kan zonder angst naar het zwembad fietsen en het zwembadhokje is routine haast. Ik kan mijn hoofd onder water stoppen en doorleven. Ik kan drijven en tegelijk genieten van de rust. Ik kan 2 weken geen les hebben en uitkijken naar de volgende les. Ik kan zwemmen nu zonder diploma, wat veel stoerder is dan zwemmen mét een diploma.

25 december 2011
By on 10:02
Kies maar uit (9):

Nightcall – Kavinsky (soundtrack van de beste film van 2011: Drive)

Did I make you cry on christmas day? – Sufjan Stevens (een keer geen Wham, Chris Rea of Mariah)

Blood of Eden – Peter Gabriel (met The New Blood Orchestra)
Winter Song – The Head and The Heart (klein, samenzang, folky)

Jij wint – Spinvis (lukt het ‘m weer om mij tranen te bezorgen)

Velvet Morning – Primal Scream (zwoel, sexy en beweeglijk)

I saw Lightning – Telekinesis (alweer zo’n klein liedje)

Weights & Measures – Dry the River (gitaren, viool, bombastisch en meeslepend)

People help the People – Birdy (veel te talentvol meisje uit Engeland)

24 december 2011
By on 21:30
Zwemles 25 dan maar

Na wat gestress op werk en het overslaan van een zwemles, was het deze week weer tijd voor een ontspannen zwemles. Elke keer laat ik me er zelf in trappen dat de les een ontspannen 45 minuten gaat zijn. Er moet echter elke keer wel een stapje extra gezet worden en elke les ervaar ik dus op een gegeven moment opnieuw de angst die me zolang uit het water gehouden heeft.

Deze keer werd de bodem niet zo laag gezet als de vorige keer. 1.45 is een goede diepte, waarbij ik met platte voeten kan staan met m’n kin net boven water. Genoeg vertrouwen om op de rug te gaan liggen en een paar baantjes te zwemmen. De schoolslag is sowieso geen probleem wat dat betreft. Wat deze les er echter bij kwam is het draaien tijdens het zwemmen. En dan bedoel ik dus niet een bochtje maken, maar draaien van buik naar rug en andersom.

Eerst van buik naar rug. ‘Probeer tijdens het zwemmen achter te kijken en voel hoe je lichaam reageert.’ Ik draai langzaam mijn hoofd, mijn heupen draaien bijna mee, maar dan sta ik al op de bodem. Ik heb nu eenmaal behoefte aan controle en die ervaar ik met name met beide benen op de grond. ‘Goede eerste poging’ wordt mij toegeroepen. Ok, ik hoef niet alles in 1 keer goed te doen. Tweede poging gaat ongeveer als eerste poging, derde poging is de spartelpoging, wat inhield dat ik dus een beetje controle opgaf met het idee ‘ik kan altijd nog adem inhouden en ontspannen en gaan drijven’. Tijdens het spartelen worden echter op een gegeven moment toch maar de voeten op de grond gezet.

Poging vier is succesvol. Ik draai rustig van buik naar rug, mijn benen bewegen in het water in een poging richting oppervlak te komen ipv bodem, ik leg mijn hoofd achterover met mijn oren onder water, de golven overspoelen mijn kin en mijn tenen komen bovendrijven. ‘En beenslag.’ Ik zwem met een glimlach op mijn rug verder. Niet dat ik een lelijke glimlach-tatoeage op mijn rug heb, maar meer dat ik glimlach en tegelijkertijd op mijn rug zwem. Dit moet worden herhaald en het lijkt steeds makkelijker te gaan. Tot het moment dat ik overmoedig word en zonder plan in mijn hoofd me begin te draaien. Opnieuw spartelen de benen en zet ik voet aan bodem. Goed, ik kan het, maar routine kost meer tijd.

Van rug naar buik dan. ‘Je tilt je hoofd iets op, gaat de andere kant opkijken en je lichaam draait vanzelf mee.’ Daar waar rug voor mij gelijk staat aan weinig controle en buik aan veel controle, ging ik er vanuit dat dit makkelijk zou gaan. Weer te overmoedig gedacht. Het is juist dat het staan vanuit buikhouding eenvoudiger is, dat er voor zorgt dat ik geneigd ben om meteen te gaan staan. Het heeft denk ik opnieuw 4 pogingen nodig om te slagen. En als ik dan toch op de buik zwem, kan ik ook wel weer terugdraaien. Zo gezegd, zo gedaan… spartel, spartel… en daar sta ik weer… Dat was niet de bedoeling, maar vooruit, ‘niet alles hoeft in 1 keer goed te gaan’.

Uiteindelijk draai ik 2 keer van buik naar rug en 2 keer van rug naar buik alvorens ik ga staan. Het is mooi geweest. Nog één baantje schoolslag richting trapje en de handdoek wacht.

17 november 2011
By on 12:41
Verlanglijstje

Ik wil ogen
Ik wil lach
Ik wil armen
alledag

Ik wil durven
Ik wil zwem
Ik wil onzin
fluisterstem

Ik wil foto’s
Ik wil reis
Ik wil koppig
eigenwijs

Ik wil buiten
Ik wil sproet
Ik wil thermisch
ondergoed

Ik wil vroeger
Ik wil nu
Ik wil altijd
deja vu

Ik wil slapen
Ik wil rust
Ik wil knuffel
hartelust

3 november 2011
By on 16:25
Zwemles zoveel (24??)

Na meerdere lessen gehad te hebben sinds het vorige zwemles-logje, wordt het wel weer eens tijd voor een update. Sinds de zomerschoolvakantie ben ik verschoven van het kleine warmwaterbad naar het grotere, koudere sportbad. Het sportbad kent 6 ‘banen’ die we dwars zwemmen. Zo wordt het bad opgedeeld in 2 delen, waarvan het deel waar ik mij bevind een beweegbare bodem heeft. In het begin stond deze constant op 1.30, maar inmiddels zijn we iets dieper gegaan, waarover later meer. Het nieuwe bad herbergt ook enkele andere leerlingen. Ieder met z’n eigen niveau. Op schoolslag lijk ik echter nog steeds onverslaanbaar gelukkig.

Na 1 of 2 lessen ging ik een weekend weg naar Kroatië. De Adriatische zee voelde in de warme zon extra koud aan, maar ik kan met trots zeggen dat ik daar mijn eerste zwemmeters in open water gemaakt heb. Met de watervaste zonnebrand op mijn huid en met het stralende zonnetje zwevend boven de heuvels. Het kan slechter. Sinds het koude water van de zee voelt het sportbad een stuk minder koud, terwijl de andere leerlingen nog steeds klagen over de temperatuur.

Inmiddels alweer enkele lessen later. 2 weken geleden was de opdracht om niet vanaf de bodem te beginnen, maar om me af te zetten van de kant. Om te kunnen zwemmen in dieper water is dit namelijk van belang. Zoals gewoonlijk ging dit liggend op de buik wel goed, al had ik die ene arm wel wat onhandig gedraaid. Op de rug is alles lastiger vanwege het gevoel van minder controle. Toen de beweging eenmaal gelukt was, bleek dit echter makkelijker afzetten dan op de buik.

Na vorige week nog rust gehad te hebben in verband met de herfstvakantie, bleek ik vandaag privé-les te hebben. Geen van de andere leerlingen was komen opdagen. En na een paar school- en rugslagbaantjes werd het tijd om de bodem verder te laten zakken. Eerst naar 1.55. Ik kon nog staan met een volledig hoofd boven water. Prima.
Toen naar 1.65. Op de tenen kon ik staan, dus het zou moeite kosten om zonder natte neus vanuit de rugslag te gaan staan. Een mat werd aangereikt en met gestrekte armen maakte ik mijn beenslagen onder de mat. De knieën telkens kloppend tegen de mat. Halverwege het baantje begon de angst. Hoe moet ik in hemelsnaam zo meteen gaan staan of op zijn minst de rand vastgrijpen?

Met de mat ging dit nog redelijk, omdat ik me simpelweg half op de mat wierp met mijn armen. Toen ik echter zonder mat naar de overkant ging, was ik vol goede moed gestart, maar halverwege kwamen de gedachten in mijn hoofd. Ga ik me zo meteen proberen om te draaien op mijn buik? Ga ik een arm naar achter gooien om de rand te grijpen? Wanneer moet ik die flinke hap lucht gaan nemen voor ik onder water geraak? Ik hoopte dat ik maar nooit tot de rand geraakte en voor altijd kon blijven zwemmen.

Met de oren onder water hoorde ik de juf iets roepen. Was ik er al? Ze duwde een ‘flexi’, een cilindervormig drijfattribuut, tegen mijn achterhoofd als mededeling dat ik er was. Nu moest het gebeuren en voor ik het wist (geen idee hoe) had ik mijn mond dicht, greep ik de rand, kneep mijn ogen dicht, hapte opnieuw naar lucht en gelukkig was mijn mond boven water op dat moment. De complimentjes kwamen van beide aanwezige juffen totdat ik toegaf dat ik geen idee had wat ik gedaan had en al halverwege in paniek was geraakt over hoe en wat.

Tussen deze oefeningen door ben ik ook even naar het andere gedeelte van het sportbad geweest, daar waar de bodem maar liefst 4 meter onder de waterspiegel is. Vasthoudend aan de rand en staand op een richeltje keek ik door het heldere water naar beneden. Ik heb geen hoogtevrees, maar volgens mij bekroop mij een gevoel dat hier ongeveer gelijk aan moet staan. De tegeltjes onder mijn voet gingen maar dieper en dieper. Halfvasthoudend aan de rand werd een halve minuut gewatertrappeld en bij de terugweg naar het sta-gedeelte werden enkele meters gezwommen boven 3 meter aan water.

Hoe voelde dat nou was de vraag. Mijn antwoord: ’Te gemakkelijk’

 

1 november 2011
By on 21:30
Nieuw log

Welkom allen op de nieuwe omgeving van mijn log. Het is een tijdje uit de lucht geweest en ik zal nog moeten ontdekken hoe een en ander in elkaar steekt, maar hier zullen zo af en toe weer eens stukjes komen te staan over wat dan ook. Je kunt je vast ergens aanmelden om een berichtje te ontvangen als ik iets nieuws heb gepost.

Het idee is ook dat ik dan vermeld op twitter waar ik sindskort ook een account heb, en wel met de naam Qronqel. Oftewel, Twitter voor korte berichtjes, Blog voor lange berichtjes.

Mijn laatste paar belangrijkste Tweets  omvatten foto’s van mijn vakantie.

Kroatië:     http://www.slide.com/r/SNCVqPiMuz9VDuOEZ-mC5fDxTSpru73X?previous_view=lt_embedded_url

Bulgarije: http://s1239.photobucket.com/albums/ff519/astronaut78/Bulgarije/

Tot ziens!

27 september 2011
By on 20:05